Mijn beelden maak ik van het materiaal dat daar het meest geschikt voor is: klei, steen, hout, brons of gips.

Het liefst boetseer ik met grove chamotte, omdat dit een lekker stevige klei is waar je flink aan kan werken. De huid van de klei maak ik soms glad, maar meestal houd ik hem ruw zodat je kan zien hoe er met mes en spatel vorm is gegeven aan het beeld. Ik werk graag met oxides en bodystains; dit zijn gekleurde poeders die ik vermeng met water, zodat er in alle kleurschakeringen mee geschilderd kan worden. Daarna wordt het beeld afgewerkt met een transparant glazuur, waardoor de huid en de kleur het mooist tot zijn recht komt.

Al beeldhouwend kijk ik naar de vorm van de steen of het hout en laat mij leiden. Hakken, raspen, schuren en polijsten tot je bij de essentie bent. Het is een spannend proces van zoeken naar verhouding, lijn en ruimte. Er moet een balans ontstaan in contrast en beweging.